| Home | |
| Toegang wordt hier gedefinieerd als toegang tot en het recht op gebruik van natuur inclusief de groene openbare ruimte. (Access: The means or right of visual or physical using (in the context of landscape design) open space. Access is seen as the most fundamental requirement of open space). Als natuur bijdraagt aan het welzijn en de gezondheid van mensen heeft iedereen recht op natuur (Raad Landelijk Gebied, 2005). Het gaat dan om natuurbeleving en de prikkel om in beweging te komen. Dat recht kan in de praktijk alleen worden gerealiseerd als er voldoende natuur aanwezig en bereikbaar is. Verder moeten de terreinen iets te bieden hebben en moeten ze zich in een toestand bevinden, die het aantrekkelijk maakt om deze te bezoeken. De Raad voor het Landelijk Gebied (2005) gaat in op de hoeveelheid groen en de bereikbaarheid daarvan en pleit voor meer groen en een betere kwaliteit en bereikbaarheid daarvan. Literatuur toegankelijkheid en veiligheid |
|
| Zie ook lit. window view/zicht uit het raam | |
| Voor de weinig mobiele groepen zal natuur en groen voor de deur moeten liggen of op een loopafstand van minder dan 50 tot 100 meter. Voor voorbeelden van mobiliteit wordt ook verwezen naar onder meer de foto's van ouderen op de pagina Bewegen). De oppervlakte van het groen wordt vooral ook bepaald door de diversiteit in functies en interesse van de potentiële gebruikers. De vuistregel is hoe groter het park is, des te meer mogelijkheden het biedt en des te meer mensen er gebruik van zullen maken (Grahn, 2005) | |
| Toegankelijkheid | |
Toegang wordt bepaald door een complex van factoren. Aan de hand van eigen praktijkervaringen en literatuur wordt op een aantal aspecten in gegaan. Voor details wordt verwezen naar de gebruikte literatuur. |
|
| Om gebruik te kunnen maken van een park, bos of rozenperk moet men visueel toegang hebben tot deze natuur (zie literatuur Window view) of men moet zich op de een of andere wijze kunnen verplaatsen. Dat betekent dat men moeite moet doen om ergens te komen. Hoe groter de aantrekkingskracht van een gebied en hoe vitaler een persoon is, des te groter is de kans dat een bepaalde plek wordt bereikt. In extreme gevallen is het ene uiterste bijvoorbeeld het bereiken van een bergtop, terwijl het andere uiterste is dat men op eigen kracht niet van een stoel of uit een bed kan komen. Tussen beide extremen ligt een breed gebied. Het accent wordt hier echter gelegd op toegankelijkheid van natuur voor minder mobiele en meer kwetsbare groepen, zoals ouderen, kinderen en mensen met fysieke en mentale beperkingen. | |
| Fysiek | |
| Bereikbaarheid wordt vaak uitgedrukt in afstand. Hoe dichter een park bij een woonwijk ligt hoe meer mensen daar gebruik van zullen maken. De afstanden die hierbij worden genoemd variëren van 300 tot 500 meter. (Bezemer & Bervaes, 2004; Grahn, 2005; Stigsdotter & Grahn, 2004; Raad Landelijk Gebied, 2005; URGE Team, 2004). Voor veel ouderen en mensen met fysieke beperkingen is dat een te grote afstand. Voor veel ouderen en kinderen is de absolute afstand wel goed overbrugbaar, maar is het vaak het gemotoriseerde verkeer dat de overbrugging moeilijk of onmogelijk maakt. Voor deze groep moet kleinschalig groen op aangepaste loopafstand worden aangelegd. (zie Kleinschalig groen via startpagina). | |
| Psychologisch | |
| Op psychologisch gebied kunnen veel factoren een rol spelen in de aantrekkingskracht van natuur. De plek moet iets te bieden hebben en moet dus voldoen aan een bepaalde behoefte (zie Voorkeur natuur). Daarnaast kan ook stress van invloed zijn (Grahn, 2005: Tabel Relatie stress en afstand). Het ontbreken van bepaalde faciliteiten, zoals een horeca of een toilet, kan een belemmering vormen voor . Bepaalde vormgeving en ontwerp kunnen een plek sensorisch aantrekkelijk en gebruiksvriendelijk maken. Ook de beheervorm van de groene ruimte is van belang. Slecht beheer of verwaarlozing verminderen de kwaliteit en vrijwel zeker het aantal bezoekers. De toegangsroute kan door ontwerp, gebruik en beheer een psychologische barrière vormen. Een lange, saaie straat of weg zonder groen door een bedrijventerrein uit de jaren zestig vormt geen aanmoediging om naar buiten te gaan. | |