| Fysieke gezondheid | Home |
![]() |
Tuinieren is een van de betere methoden om lenig en fit te blijven. Bij de verschillende werkzaamheden, die in verschillende lichaamshoudingen moeten worden verricht, worden vrijwel alle spieren gebruikt. Hier wordt het pad geschoffeld, een vrij inspannende bezigheid die zeker net zo goed is als lopen of fietsen. Het tuinonderhoud gebeurt steeds meer machinaal. Als we het met eigen lichaamskracht doen, sparen we de portemonnee, fossiele energie, zorgen we niet voor onnodig lawaai en het is bovendien gezonder. Behalve tuinieren zijn er nog vele andere mogelijkheden om in bewegingte komen. Een natuurlijke omgeving kan een stimulans zijn om naar buiten te gaan. Waar een ruime mate van biodiversiteits is, is deze stimulans aanwezig. |
| Bewegen en natuur | |
| We eten te veel en we bewegen te weinig. Bewegen en te veel eten staan in principe los van natuur inclusief stedelijke groen. Minder of anders eten vraagt om een vorm van discipline en om een mentale omschakeling naar een ander eetgedrag. Bewegen kunnen we overal: in de sportzaal, in een fitness centrum en op alle andere plekken waar we maar willen. Groen en natuur lijken hierbij geen noodzaak. Maar zowel op werkdagen als in het weekend fietsen en lopen mensen niet domweg rondjes in de woonwijk, maar gaan bijna zonder uitzondering naar een groene plek. Dit kan een park, een bos, de stadsrand zijn of ze zoeken een groene corridor, zoals een fiets - of wandelpad door een woonwijk die geflankeerd wordt door groene elementen. Ze lopen of fietsen langs een kanaal, een vaart of een plas. | |
| Een groot gedeelte van de bevolking doet dat echter niet of doet het te weinig, omdat de tijd ontbreekt, de groene plekken te ver weg liggen, door allerlei barrières onbereikbaar zijn of omdat het groen te weinig aansprekend of weinig uitdagend is. Verschillende onderzoeken wijzen uit, dat de afstand van groene landschapselementen zoals bossen en parken niet te ver van de woonomgeving en de werkplek moeten liggen. | |
Met kinderen en mensen met een beperkte mobiliteit wordt daarbij echter niet of nauwelijks rekening gehouden. Op basis van honderden gesprekken die in het werkveld met ouderen zijn gevoerd, wordt gesteld dat groene elementen voor velen dichter bij huis moeten liggen en dat groen veel meer te bieden moet hebben. Bewegen is noodzakelijk voor de individuele gezondheid en volksgezondheid. Dit geldt ook voor kinderen die steeds dikker worden. Daarom moet er alles aan worden gedaan om het bewegen te stimuleren. Groen en natuur spelen hierbij een belangrijke rol. In het hoofdstuk “Kleinschalig groen” en het hoofdstuk “Bereikbaarheid en gebruik” (Access) wordt daar nader op in gegaan. |
|
| Regelmatig bewegen, in de zin van activiteiten die een redelijke lichamelijke inspanning vragen, heeft een positief effect op de gezondheid en verhoogt de kwaliteit van het leven. Wat hier onder beweging wordt verstaan, wordt door de foto's gevisualiseerd. De kans op een aantal ernstige ziekten wordt bij matig intensieve beweging, zoals fietsen, wandelen, nordic walking, etc. verminderd. Intensieve activiteiten, zoals hardlopen en lichamelijk intensieve teamsporten hebben een gunstig effect op de conditie van hart en longen. | |
| Literatuur | |
| Auweele, Y.Vanden, P. vande Vliet & K. Delvaux (2001). Fysieke activiteit en psychisch welbevinden. Vlaams Tijdschrift voor Sportgeneeskunde & -Wetenschappen 22: (Speciale uitgave) 61-73. | |
| Bird, W. (2004). Natural fit; can green space and biodiversity increase levels of physical activity? Royal Society for the Protection of Birds, Bedfordshire. 93 p.www.rspb.org.uk/policy/health | |
| Booth, F.W. (2002). Cost and Consequences of sedentary living: new battleground for an old enemy. Research Digest 3 (16): 1-8. www.presidentschallenge.org/misc/news_research/research_digests/mar2002digest.pdf | |
| Hardman, A.E.& D.J. Stensel (2003). Physical activity and health: the evidence explained. Routledge, Londen, pp. 289. | |
| Health & Human Services, (2002). Physical activity fundamental to preventing disease. http://aspe.hhs.gov/health/reports/physicalactivity | |
Mosterd, W.L., E. Bol, W.R. de Vries, M.L. Zonderland, H.P.F. Peters, Th.C. de Winter & S.L. Schmikli (1996). Bewegen gewogen. Inventarisatie van wetenschappelijke gegevens en formulering van aanbevelingen ter ondersteuning van actiegericht beleid inzake sport en (volks)gezondheid. Vakgroep Medische Fysiologie en Sportgeneeskunde, Utrecht, pp. 131. |
|
| Pretty, J., M. Griffen, M. Sellens & C. Pretty (2003). Green exercise: complementary roles of nature, exercise and diet in physical and emotional well-being and implications for public health policy. CES Occasional paper 2003-1, University of Essex, pp. 38. http://www.ltscotland.org.uk/takinglearningoutdoors/images/GreenExercise_tcm4-391154.pdf | |
| Meer Literatuur | |